Over het weer praten is doorgaans een no-go in
gesprekstermen, slechts te gebruiken in zeer extreme omstandigheden. Als jij en
je date bijvoorbeeld vóór het bestellen al uitgepraat zijn, als je na een ruzie
met iets luchtigs de draad weer wil oppakken of als je niets over je privéleven
wil loslaten aan je moeder is er altijd dat wisselvallige Nederlandse weer nog
om op terug te vallen. Aangezien iedereen weet dat het onderwerp slechts een
laatste redmiddel is, dien je dierbaren daarentegen te sparen.
Er is echter nog één omstandigheid die het weer als gesprek
van de dag kan goedpraten en dat is: een weer record. Of het KNMI het al erkend
heeft weet ik niet, maar het huidige weer is in mijn opvatting de record-titel
meer dan waardig. Maandagochtend werd ik blij als het kleine meisje in mij
gewekt met een dik pak sneeuw. Zo’n dikke laag die knispert onder je voeten,
sneeuw die genoeg plakt voor sneeuwballen en die herinneringen oproept aan een
kindertijd van sneeuwpoppen, snow angels
en sleetje rijden.
Twee dagen later besef ik dat sneeuw op latere leeftijd niet
meer hetzelfde is als voor een vijfjarig meisje in de Ardennen. Niemand wil
mijn sleetje trekken en met de fiets over de dikke ijslaag die ontstaan is durf
ik niet, dus ben ik aangewezen om te lopen. Dat ik geen zeebenen had, was bij
mij al langer bekend, maar inmiddels weet ik ook dat ik niet bestand ben tegen
het trotseren van ijs.
In mijn schoencollectie bevindt zich niet één paar dat een
greintje profiel onder de zool bevat en de smalle schacht van de laars laat een
dubbel paar sokken ook al niet toe. Ik glibber dus maar een beetje vooruit op
mijn wintertenen terwijl mijn mede-wandelaars me inhalen en zelfs rennen om
zich elke vijf meter vooruit te laten glijden. Ondertussen op straat weerhoudt
het ijs naast mij weinig anderen van het fietsen en zelfs druk bellend met een
vastgevroren achteruittraprem komt menig inwoner zonder kleerscheuren vooruit.
Er zijn natuurlijk ook nog die mensen die weten dat dit niet
altijd goed gaat. De meest extreme ramptoeristen die ik tot nu toe ben
tegengekomen zaten met -8̊ C op een terrasje op het Vrijthof uit te kijken over
voorbij glibberende wandelaars en stumperende fietsers, ondertussen aan een
warme chocolademelk nippend. Nog voorzichtiger glibber ik langs, omdat ik ze de
lol niet gun mij te zien vallen. Mij tegemoetkomend is een vrouw die strak naar
de grond kijkt, haar armen uitgestrekt heeft voor maximale balans en die haar
voeten nauwelijks optilt en langzaam vooruit glijdt. Bijna glijdt ze uit en terwijl
ze haar armen kaarsrecht langs zich strekt, wiebelt ze een paar keer op en neer
voor ze haar balans weer gevonden heeft en ze verder waggelt. Als we langs
elkaar schuifelen werp ik haar een begripvolle blik die ze beantwoordt met een
dankbare groet. Wij begrijpen elkaar: wij kijken uit naar de dooi.
Ik heb zo vreemd gedroomd. Zo vreselijk confronterend
gedroomd. In mijn droom was jij jij, maar toch ook weer niet, want je kende mij
niet. En in mijn droom wist ik dat dit moment cruciaal was, want aangezien jij
je niets herinnerde van ons, was dit een perfect moment om je voorbij te lopen.
Om je los te laten.
Mijn betere ik zou je genegeerd hebben, verstandig als ze
is. Ze zou hebben geweten dat je van het verleden iets kunt leren en dat de
schone lei die jouw geheugenverlies mij biedt een perfecte start zou zijn van
een vlekkeloos verhaal. Mijn betere ik is zoveel beter dan ik ben, omdat mijn
betere ik weet wat goed voor mij is. Ze denkt na voor ze iets zegt, ze wordt
niet wakker met katers, ze heeft nooit spijt en ze hoeft geen schaamte te
kennen.
In mijn droom verloor mijn betere ik het, zoals ze keer op
keer van mij verliest. Mijn betere ik heb ik hard uitgelachen toen ik mijn
haarlok tussen mijn wijsvinger en duim draaide terwijl ik een gesprek met je
begon. Mijn betere ik bekeek mij afkeurend toen ik mij naar je toe boog, je
onnodig aanraakte toen ik iets tegen je zei en hoe ik mijn blik niet afwendde
van de jouwe.
Marco Borsato heeft er genoeg van
Muziek | column
|
13 December 2008 | 23:55:10
Marco Borsato heeft
er genoeg van
Marco Borsato wierp eens een kritische blik naar zijn
schoorsteenmantel en vond het tijd zijn verzameling TMF Awards de deur uit te
doen. Het poetste zo lastig, steeds die 11 beeldjes optillen.
Meneer Borsato heeft dan ook aangekondigd dat hij geen TMF
Awards wil winnen. Ik ben het volledig met hem eens, want wat een fiasco was dat
toch ieder jaar. De andere kandidaten klapten al voordat de echte naam
uitgesproken was, aangezien iedereen wist dat hij zou winnen. Alle Breezer
sletjes die via de TMF website hun stem uitbrachten, dachten dat het verplicht
was om op ons aller Marco te stemmen en zo is de cirkel weer rond.
Toch vraag ik me af hoe hij het heeft klaargespeeld.
Tuurlijk, Marco’s liedjes liggen lekker in het gehoor en blèren prima mee in de
kroeg, maar om hem nou direct 11 jaar lang tot koning der Nederlandsche muziek
uit te roepen? Het probleem met Marco Borsato is namelijk dat hij helemaal niet
kan zingen. In een studio klinkt het allemaal prima, maar live heeft meneer wel
heel vaak last van een verkoudheidje. Let op en de volgende keer herken jij
Marco’s truc ook. “Kan mezelf niet vinden en de reden dat ben jij…” De echte
kenners weten dat dit het punt is waarop de uithaal “Binneeeeeeeen” volgt. De
echte kenners weten ook dat hij dit nooit zuiver eruit kan krijgen. Daarom
draait Marco op dit precieze punt de microfoon van zich af, nadat hij er nog
snel “Met z’n allen!” in heeft geroepen en richt hem naar het publiek. Ga je
gang.
Nee, neem dan een echte wereldartiest als Robbie Williams. Hij
grijpt gewoon tussen zijn benen op zo’n benard moment waarop de tonen zijn strot
niet helemaal uitkomen. En die vrouwen maar gillen. Dát is klasse.
Helaas zijn we niet helemaal van Marco af op de TMF Awards.
Een nieuw initiatief van onze onverslagen winnaar is namelijk de TMF Borsato
Award, een prijs voor nieuw talent. Genomineerden die meneer gekozen heeft,
zijn Van Velzen, Nick en Simon, Stevie Ann en Dennis. Ga vast klappen, want bij
deze voorspel ik dat Van Velzen gaat winnen.
Op de kleinste kamertjes van studenten gaat een wereld voor
je open. Er wordt gecommuniceerd, er wordt geknipt en geplakt, er wordt gelezen
en het is een dumpplek voor de lelijkste dingen die de Xenos verkoopt.
Eeuwenoud is het om literatuur op de wc te lezen. Maar Fokke
en Sukke scheurkalenders zijn achterhaald in studentenkringen en lopen
bovendien vaak jaren achter. Echt hip is het om opvallende nieuwsberichten op
te hangen. Bij mijn broer op de wc hangt een uitgebreid artikel over
alcoholvergiftiging, weliswaar met grote vraagtekens erbij geplaatst. Van mijn
eigen wc heb ik geleerd dat meer dan een kwart van alle Europeanen een
psychische aandoening heeft. Meer van eigen huis: er hangt op ons kleinste
kamertje een overzicht van nutteloze feiten over mens en wetenschap. Zo weet ik
inmiddels dat er vier eetlepels bloed nodig zijn om een penis in erectie te
krijgen en dat het risico op auto-ongelukken met 52% toeneemt op vrijdag de
dertiende. Ook wandtegeltjes maken een comeback. Bij een vriendin hangt boven
de wc-rol de leus: “Denk niet bij het laatste vel: wie na mij komt, die redt
het wel”. Een poëtische levensles.
Vandaag was ik op een toilet waar druk gediscussieerd werd
in een schriftje over de nieuwe kalender: op welke maand staat de mooiste man?
Ik vond persoonlijk oktober ‘interessant’, maar er werd duidelijk geneigd naar
maart. De meest interessante vorm van communicatie die ik tot nu toe echter ben
tegengekomen, was het toilet waarop men uitgenodigd werd de zwarte stift ter
hand te nemen en berichtjes achter te laten op de witte tegeltjes. Eens in de
zoveel tijd werd de lei geschoond en een frisse start gemaakt.
Over fris gesproken, studenten gaan zich te buiten aan
wc-verfrissers, toiletblokken en wc-borstels. Spuitbussen, Brise-one-touch blokjes,
toiletblokken met rozengeur, fluokleurige wc-borstels en dat allemaal terwijl
het raampje dicht blijft. Ook qua accessoires leeft de student zich uit. Grijs
wc-papier is goedkoop maar zorgt voor schrale billen, dus koopt de student
papier van drie lagen, met een fris toegevoegd geurtje, met beertjes erop
gedrukt of gewoon in een leuk kleurtje.
Wie dacht dat studenten arm waren en beknibbelden op de
meest gewone dingen, moet dus nog maar een kritische blik werpen op het toilet
van het volgende huis dat hij betreedt. Hij zal zien dat een mens echt creatief
met ruimte wordt als hij lang de tijd heeft om die ruimte goed te bekijken.
“Wanneer voel jij je dan gediscrimineerd als vrouw?” En daar
werd de bom de discussiegroep in gegooid. Ik deed mijn mond open om een
weerwoord te geven, maar ik kon de woorden niet formuleren. Want wanneer voel
ik me eigenlijk gediscrimineerd als vrouw? Ik volg universitair onderwijs en
als ik om me heen kijk is het niet zo dat ik als vrouw in de minderheid ben. Ik
hoef niet met vrouwelijke charmes aan te komen bij een gemiste deadline, want
veel tutoren zijn vrouwen die daar niet in trappen.
“Wíj moeten ons gediscrimineerd voelen, als jullie weer eens
een ladies’ night hebben en gratis
entree of drankjes krijgen!” Weer deed ik mijn mond open, maar ik wist niet wat
ik moest zeggen. Zwak bracht ik er tegenin dat je dan als vrouw wel vaak in minirokje
moest komen, wat denigrerend is, maar aan de andere kant is het niet zo dat ik
dat zou laten voor gratis entree of drank. Het is maar een rokje, toch?
Je kunt je nog zo geëmancipeerd voordoen, door de Ikea
zeulend met een zwaar bouwpakket terwijl je wederhelft er met een gele tas vol
kussens achteraan sjokt, af en toe word je met je neus op de feiten gedrukt.
Gisteravond wilde ik met de fiets naar de bibliotheek, toen ik merkte dat die
voorband niet heel leeg, maar simpelweg kapot was. Niet veel later stond ik bij
diezelfde wederhelft op de stoep. “Zeg, kun jij banden plakken?” Want hoe
heerlijk het is als je papa dat jaren voor je doet, voor technische zaken raak
je wel afhankelijk van mannen.
En wij, hoe voldoen wij dan nog steeds aan ons stereotype
van de verzorgende vrouw? Laat het toeval wezen dat mijn wederhelft zojuist die
dag een ongelukje met de kaasschaaf had, waardoor zijn duim absoluut het water
niet in kon. Al snel stond ik als wederdienst een afwas van een week weg te
werken.
Wanneer ik me gediscrimineerd voel? Ik voel me nooit
gediscrimineerd. Ik voel me wel vaak gedenigreerd, als een groepje mannen
langzaam langs me rijdt en vrouwonvriendelijke opmerkingen maakt. Als ik het
gevoel heb niet normaal in een rokje te kunnen fietsen zonder blikken en geroep
naar mijn hoofd geslingerd te krijgen. In het kader van emancipatie, misschien
zijn we dat wel alleen als het ons uitkomt en ons iets oplevert. En daar is
niets mis mee, dat is juist heel slim bekeken.
Ik geloof niet in neusdruppels, aspirientjes, vitamine C
pillen en hoestdrankjes. Als kind dachten mijn ouders dat ik ze gewoon vies
vond en hielden ze mijn neus dicht terwijl ze de drank mijn keelgat in goten,
maar in feite was ik gewoon nog te jong om te formuleren dat ik er gewoon niet
in geloof.
Vandaag ben ik officieel mijn vijfde week van verkoudheid in
gegaan. Of je het nu wijt aan te veel feestjes, te dicht op veel mensen zijn,
een gebrek aan fruit door mijn studentenmenu’s of simpelweg aan vanuit een warm
café bezweet over de brug fietsen in een vest; het gaat niet over. Niet dat ik
echt mijn best gedaan heb. Nachten achter elkaar doorzakken is namelijk zoveel
leuker als je net bij je ouders weg bent, dan een filmpje kijken om vervolgens
vroeg naar bed te gaan. Maaltijdsalades zijn ook gezond en zoveel makkelijker
dan het bereiden van aardappeltjes, vlees en groenten.
Maar ook ik bereik mijn grenzen. Ik ben gezond, jong en moet
zo’n verkoudheidje wel zien af te schudden! Gisteravond ben ik om half 11 naar
bed gegaan en er vanmorgen om 12 uitgekomen. Uitgerust ben ik echter niet. Elk
uur van de nacht moest ik een dropje naar binnen werken of een glaasje water
drinken om dat hoesten, hoesten, hoesten tegen te gaan. Zodoende heb ik zojuist
mijn principes opzij gezet. Ik ga mijn eerste woensdagavond sinds ik hier zit
niet de stad in, heb The Way We Were gekocht
en zojuist een hoestdrank aangeschaft. Op mijn gezondheid.
Het zwembad
Vakantie | column
|
16 Augustus 2007 | 16:22:38
Het zwembad
Het zwembad kan de fijnste plek op aarde zijn. Dat heet, als
je tijdens een hittegolf in Spanje zit die het fysiek onmogelijk maakt om
verder te lopen dan vanuit je kamer de lift in en van daaruit naar de ligstoel
aan de rand van deze blauwe poel der verkoeling. Als je je echter aan het
zwembad in Meerssen bevindt, op de eerste warme dag in twee maanden met een
temperatuur van maar liefst 20 graden Celsius, is de heilige plek al een stuk
minder heilig. Waar in Spanje je hersenen gekookt worden en je je ogen dicht
moet houden om niet verblind te worden door de zon die recht boven je knakker
staat, kijk je in het Nederlandse vrolijk om je heen terwijl er langzaam een
grijs wolkje voor de zon schuift. Zo komt het dan dat je met je neus op
ongeschoren benen, bikinilijnen vol rode puntjes, zwembandjes van vlees en
cellulitisdijen wordt gedrukt. Ach, iedereen heet zijn onvolkomendheden en je
eigen buikje is ook niet iets om over naar huis te schrijven, maar prettig is
toch anders. Als je dan ook nog je melkflesbenen ziet naast die van je vriendin
die nét terug is van Mallorca en grommend bedenkt dat je ook wel even je
scheermesje ter hand had mogen nemen, is het vakantiegevoel ver te zoeken.
Terwijl wij uitgebreid de Belangrijke Zaken Des Levens bespreken
(mannen, vakantie, mannen, roddels en natuurlijk mannen), staren we naar het
stelletje naast ons. De vrouw bevindt zich half boven haar teerbeminde en laat
geen deel van hem onaangeraakt. Een pornokanaal kan weggezapt worden, hier is
het alternatief echter een kind dat in z’n blote billetjes rondrent terwijl
zijn moeder hem probeert af te drogen. Uiteraard blijven wij kijken. Hij toont
niet echt dezelfde behoefte, maar protesteert ook niet als zij met zijn tong
zijn mond aftast op zoek naar restanten van zijn ontbijt. Zijn behoeftes
blijken toch groter dan hij wil toegeven, want als meneer even later 50 meter
over het veld loopt en onder de koude douche gaat staan, bewijst de
strakgespannen tent die zijn zwembroek heet dat hij het hoofd toch niet zo koel
hield onder mevrouws escapades. Wij wenden met plaatsvervangende schaamte ons
hoofd af en vragen ons af hoe iemand zo ongegeneerd zijn geilheid kan laten
zien. Doe mij maar de zinderende hitte van Spanje.
De indringer
Rotterdam | column
|
10 Augustus 2007 | 22:03:02
De man komt onze coupé binnen met de one-liner “Ah, mooie vrouwtjes!” en belandt daarmee
direct in de categorie afschuw op het eerste gezicht. Ik schat hem in de veertig jaar. Hij is kalend
en Turks. Zijn leren jas, zijn uitroep bij het zien van twee meisjes die proberen
te slapen en overduidelijke trots op zijn mobiel duiden op een midlifecrisis
waar Bob Harris (Lost in Translation) u tegen zou zeggen.
We bevinden ons in zo’n coupé met zes stoelen en een aparte
deur, zodat je heerlijk afgesloten zit. Het “heerlijke” verdwijnt zodra de
indringer zich met ons gaat bemoeien. Na wat niet meer dan een minuut geweest
kan zijn, haalt hij zijn mobiel uit zijn zak en draait het volume omhoog. “Toerkse
moeziek!” roept hij, zijn scheve, gele tanden blootlachend. De stem overtreft
Ilse DeLanges vibrato zo’n tienmaal en zingt treurig over zaken waar wij
Limburgse meisjes ver en veilig vanaf zitten. “Verdriet,” zegt hij met een
gezicht waarop het leed van de wereld te zien is. “Krieg. Oerlog.” Ik knik dat
ik hem begrijp en kijk uit het raam, mijn slappe lach onderdrukkend door op de
binnenkant van mijn wang te bijten.Hij
moet onze afzwakkende interesse opgemerkt hebben, want hij drukt verder. De
vibrato blijkt een vast thema, ook deze zangeres weet haar tekst op z’n Geits te
brengen, met een haast orgasmatische uithaal. “Verliebt. Je t‘aime.” Elke
Europese taal behalve het Nederlands blijkt deze man meester te zijn. “Tu
parles francais?” Diep zuchtend zeg ik “un petit peu”.
Ik sta open voor andere culturen, maar Turkse muziek staat
zo ver van mijn bedje af dat ik het denk ik nooit zou kunnen waarderen, daar
heeft geen enkele poging van mijn CKV-docent ooit iets aan kunnen veranderen.
Ik weet dat deze man waarschijnlijk eenzaam is. Hij is in een vreemd land, met
een vreemde taal en cultuur en kent waarschijnlijk weinig mensen. Ik wil best
naar zijn verhaal (Hij is inmiddels een warrig verhaal begonnen over de oorlog.
Mijn conclusie is dat hij ofwel het volgende nummer uitlegt, of zelf gevochten
heeft.) luisteren, maar zijn gebrekkige mix van Nederlands, Frans, Duits en
Turks is simpelweg niet te volgen. Daarnaast is hij als ongewenste gast
binnengedrongen binnen onze coupé en maakt hij elk gewoon gesprek onmogelijk
voor ons.
De conducteur verlost ons door tegen de man te zeggen dat
zijn muziek heel mooi is (as if!), maar dat het echt niet toegestaan is in de
trein. Zodra de NS-man uit het zicht verdwenen is, vraagt hij of wij nog Nederlands-
of Engelstalige muziek hebben. Triomfantelijk zeg ik dat het echt niet mag in
de trein, naïef gelovend dat we verlost zullen zijn. Zijn mobiel bungelt voor
ik mijn hoofd kan afdraaien naar het raam al voor ons, met een foto van een
Turkse vrouw. Het schermpje is klein, de foto korrelig. “Mijn vrouw. Mooi,
mooi, mooie vrouw.” We krijgen foto’s te zien van een vrouw in Parijs (Zou hij
twee vrouwen hebben?) , een straat in Parijs, een moskee in aanbouw in
Rotterdam. Paniekerig kijken we elkaar aan. Hij zou toch niet ook naar
Rotterdam moeten? Onze verlossing komt bij Dordrecht, waar de man uitgebreid
afscheid neemt en de trein verlaat. Ik kijk hem vanuit het raampje na en zie
hem direct naar zijn mobiel grijpen. Zou hij zijn mooie, mooie vrouw bellen?
Kom·kom·mer·tijd (de ~ (m.)). Volgens meneer van Dale een “periode in de zomer waarin er
weinig nieuws is”. De vijf pagina’s tellende krant lijkt inderdaad te duiden op
een tijd die je naar een groentesoort zou kunnen noemen, maar de headlines zijn
toch niet bepaald van klein kaliber.
“Komkommertijd” is, naast kippenvel, toch een van de
vreemdste woorden in onze Nederlandse vocabulaire, dus enig research lijkt me
op zijn plaats. Het woord is ofwel uitkomstig van onze overzeese westerburen,
die de zomerperiode tot cucumber time gekrood hebben: komkommers rijpen
en de adel verlaat de stad. Dit betekent dat er voor kleermakers minder te
verdienen was. Ik zie persoonlijk niet helemaal wat de komkommer doet in dit
verhaal, maar de Volkskrant zegt het. Het woord kan ook afkomstig zijn uit de
tuinbouw, waar ze in het verleden vooral in de zomermaanden werden aangeleverd.
Bij gebrek aan andere onderwerpen schreven de media over de komkommeroogst.
Deze verklaring zet de media in een wat triester licht, maar het klinkt al een
stuk aannemelijker.
De Volkskrant besteedt op haar website een heel
dossier aan “komkommernieuws”. Een ingeslikte verlovingsring en een man met
maden in zijn hoofd passeren de revue. Of de laatste zelf zijn “kwaal” tot
komkommernieuws zou bestempelen, betwijfel ik.
Hebben we iets aan deze nieuwtjes of zouden kranten
gewoon hun eer hoog moeten houden en zich alleen bezig moeten houden met écht
nieuws? Natuurlijk niet! Ik slurp het gulzig binnen tijdens het ontbijt, het
kan niet gek of ordinair genoeg. Naaktfoto’s van ons kleine Hollandse Top
Model, Beck & Posh die hun golden dream najagen in de States, een
helderziende prinses, een wielrenner die ontslagen wordt, een buitje in
Groot-Brittanië.
De komkommertijd is een ideale tijd om je weblog onder
handen te nemen. Binnenkort terug met een nieuwe lay-out en gereorganiseerd.
Terwijl ik vanmorgen rustig in de tuin van mijn ontbijtje
zat te genieten, werd ik opgeschrikt door geluidsoverlast van een
decoupeerzaag. Mijn vader had het in zijn hoofd gehaald om het rottende dakje
van het vogelhuis te vervangen door een paar nieuwe planken.
Onze tuin heeft een aantal van deze uitspanningen voor
vogels in allerlei soorten en maten. We hebben een paar door mijn moeder zelf
geverfde loden dakjes exemplaren, we hebben een berkenschors huisje met
afbladderende schors en dus het eerder genoemde exemplaar op pootjes met open
woonkamer en prachtig, net nieuw dak.
Nu vraag ik me af hoe een vogel zo’n huisje ziet. Wij hopen
natuurlijk dat hij een Hilton hotel voor zich ziet en de kamer met het
panoramaview uitkiest. In werkelijkheid is het natuurlijk niet meer dan een
huisje waar de vogeltjes heel even verblijven om van het zorgvuldig opgehangen
vetbolletje te eten of aan de keurig geregen lijn met pinda’s te hangen. En
zodra ze er blijven om dus even te eten, zijn wij ervan overtuigd dat ons eigen
mini Hilton hotel werkt.
Af en toe komt het voor dat een van onze huisjes gekraakt
wordt. Een groep wespen bijvoorbeeld heeft besloten om er gezellig met z’n allen
zoemend zijn nest te bouwen, waardoor de volgende keer dat je je neus in het
huisje steekt om te kijken of er eitjes in het nestje liggen, je geprikt wordt
en met een aubergineneus terug komt.
Een hotel brengt
onderhoud met zich mee. Het kamermeisje spuit de kamer schoon met een tuinslang
terwijl de technische dienst het dak aanpakt. De gemeente verwijdert de
krakers. En ik, ik ben de luie onbetaalde werknemer die met tegenzin de
plankjes op zijn plaats houdt terwijl mijn vader de schroef erdoor heen boort.